Werkpostfiche als communicatiemiddel

Neen. Enkel bij uitzendarbeid (en stagiairs) is een werkpostfiche verplicht volgens de welzijnswetgeving.

Ja. Deze Afdruk uit de Centrale Gegevensbank PI-M heeft dezelfde juridische waarde als een door een arbeidsarts ingevuld 'formulier voor gezondheidsbeoordeling'.

De welzijnswetgeving legt vast wat de minimale inhoud moet zijn van een werkpostfiche. De vorm en lay-out van een werkpostfiche zijn vrij te kiezen.

Preventie en Interim biedt een modelformulier aan. Dit model bevat alle door de wetgeving verplichte informatie. Het PI-model kan gebruikt worden als werkpostfiche. Het is eveneens een hulpmiddel om te controleren of een ander soort werkpostfiche minstens alle wettelijk verplichte informatie bevat.

Bij kleinere gebruikers, waar geen Comité PBW is, geldt er een cascaderegeling. De syndicale afvaardiging is de volgende die de gebruiker om advies vraagt, als er geen Comité PBW is. Als er ook geen vakbondsvertegenwoordiging is, moet de gebruiker rechtstreeks het advies van de individuele werknemers inwinnen (individuele werknemersparticipatie).

Wees proactief bij het opstellen van een werkpostfiche. Zo heb je voldoende tijd om de nodige adviezen in te winnen. Wacht niet tot vlak voordat je een uitzendkracht wil inzetten op een bepaalde werkpost.

Dit pak je best pragmatisch aan.
Men kan bijvoorbeeld de werkpostfiche(s) aan bod laten komen in een reeds bestaande personeels –of werkvergadering.
Een andere praktische manier is het uithangen van de werkpostfiche(s) aan de valven in het bedrijf, vergezeld van de expliciete vraag om eventuele opmerkingen te melden voor een bepaalde datum. Indien er geen commentaar is geuit op die datum kan de gebruiker dit als een positief advies beschouwen.

De welzijnswetgeving schrijft voor dat de gebruiker advies vraagt aan het Comité PBW, de preventieadviseur en arbeidsarts.
Het is de gebruiker die uiteindelijk beslist en verantwoordelijk is om dit advies al dan niet (volledig) te volgen.

De gebruiker is het bedrijf dat een uitzendkracht wil inzetten. In plaats van ‘gebruiker’ spreekt men ook vaak over ‘inlener’. Dit is dus de klant van het uitzendbureau.
PI gebruikt de term ‘gebruiker’ omdat dit de terminologie is die in de welzijnswetgeving wordt gehanteerd (o.a. Codex X.2).

Het uitzendbureau kan nooit de rol van de gebruiker overnemen voor het uitvoeren van de risicoananalyse van de werkpost. Het uitzendbureau moet wel de werkpostfiche kritisch bekijken.
Zijn alle velden ingevuld (bv. is de Externe Dienst PBW ingevuld)? Zijn er opvallende ongerijmdheden (bv. geen veiligheidsfunctie aangeduid bij een heftruckchauffeur)?...

Het vermelden op de werkpostfiche van de data van advies van de preventieadviseur, arbeidsarts en Comité PBW zijn een sterke aanwijzing voor de kwaliteit van de ingevulde werkpostfiche. Die ingevulde data tonen immers aan dat de gebruiker op die momenten de resultaten van de risicoanalyse van de werkpost heeft besproken met zijn preventieadviseurs en overlegorganen.  Het is een indicatie dat de gebruiker de werkpostfiche volgens de regels van de kunst heeft opgesteld, dat er daadwerkelijk overleg over de werkpost heeft plaatsgevonden en dat hij de welzijnswetgeving naleeft.

Op de pagina tips bij het invullen vind je ter inspiratie een aantal zaken waar je op kan letten bij een werkpostfiche.

Zowel de gebruiker als het uitzendbureau kunnen strafrechtelijke sancties oplopen. Indien er schade wordt veroorzaakt en er een verband kan worden gelegd tussen het niet beschikbaar zijn van de werkpostfiche, kunnen beiden burgerlijk aansprakelijk worden gesteld voor de geleden schade.

Strafvervolging

De gebruiker moet bij de aanvraag van een uitzendkracht een werkpostfiche bezorgen aan het uitzendbureau indien voor deze werkpost / functie een voorafgaand gezondheidstoezicht verplicht is.

Het niet correct aanmaken en/of bijhouden van dergelijke verplichte wettelijke documenten (cfr. sociale documenten) is strafrechtelijk vervolgbaar. De strafrechter kan al wie daaraan meewerkt (eventueel door diens nalatigheid) sanctioneren. Inspecteurs van Toezicht Welzijn op het Werk vragen bij een bezoek aan het uitzendbureau geregeld de werkpostfiche op, zeker bij een (ernstig) arbeidsongeval met een uitzendkracht.

Het al of niet ter beschikking stellen van een werkpostfiche kan een element vormen in de beoordeling van een gebruiker.

Burgerlijke aansprakelijkheid

Het slachtoffer moet bewijzen dat de volgende elementen aanwezig zijn:

  • Een fout, zoals geen informatie geven over de risico’s van de job (bv. een werkneemster die niet is geinformeerd dat de stoffen waarmee ze moet werken gevaarlijk kunnen zijn voor een zwangere vrouw en haar kind).
  • Een schade (bv. een miskraam of een misvormd kind)
  • Het verband tussen beide (bv. er was geen werkpostfiche, waardoor de zwangere vrouw niet wist dat ze met gevaarlijke producten moest werken. Daardoor heeft ze het uitzendbureau en/of de gebruiker ook niet geïnformeerd over haar zwangerschap.)

Voor de schade kan de gebruiker aansprakelijk worden gesteld omdat hij geen informatie heeft gegeven via de werkpostfiche.

Ook het uitzendbureau kan aansprakelijk worden gesteld wanneer het de uitzendkracht niet heeft geïnformeerd over de risico’s vermeld op de werkpostfiche.

 

 

Info over de werkpostfiche

De werkpostfiche is een wettelijk verplicht document bij uitzendarbeid en wordt opgesteld als resultaat van een risicoanalyse. Hier krijg je antwoord op volgende vragen:

Verder vind je er praktische tips en een handige infofiche voor de gebruiker en het uitzendbureau omtrent het invullen en gebruiken van werkpostfiches. De welzijnswetgeving die aan de basis ligt van de werkpostfiche komt uiteraard ook aan bod.